Het kasteel | Kasteel ter Ham

Van middeleeuwse waterburcht tot hedendaags conferentiecentrum.

Het kasteel, zoals het er tegenwoordig uitziet, werd gebouwd rond 1500. Maar al in 1280 is er sprake van een steen, een versterkt gebouw, vermoedelijk op de plaats van het eerdere karolingisch hoff (Frankische landbouwnederzetting) op een ham, een door de bocht in de beek gevormd eilandje. Uit die periode zijn er helaas geen afbeeldingen teruggevonden en daarom kan er ook niet nagegaan worden hoe kasteel er toen uitzag.

1/4

Kasteel van of Ter Ham?

De familie Berthout verkocht het kasteel in 1321 aan Rogier van Leefdaal, zoon van een adellijk geslacht, die lange tijd eerste raadsman was van de hertogen Jan I en II van Brabant. Zijn dochter verkocht het domein van de Ham aan Jan van Hamme. Hieruit ontsproot de vandaag nog bestaande naamsverwarring. In die tijd was het kasteel weliswaar van de Ridders van Hamme, het was het kasteel van de ham. De verwarring werd gesterkt door de vertaling naar het Frans ‘Chateau de Ham’ en weer terug naar het Nederlands ‘van Ham’. Historici opteren vandaag voor Ter Ham, naar analogie van Ter Meeren, Ter Elst, Ter Borcht en Ter Balckt in de ruime omgeving, en om alle verwarring met van Hamme uit te sluiten.

Van ridders naar adellijke geslachten

De vroegste grafische weergave dateert uit de zestiende eeuw. Mechels kunstenaar Michiel Coxcie beeldde de burcht van Steenokkerzeel in 1591 uit met een groot zadeldak, kantelen en een spitse kegelvormige toren. Het was Filips Hincaert (senior), behorend tot een bastaardtak van de familie van de hertogen van Brabant en ook al eigenaar van Tervuren, Lelle en Humelgem, die het waterslot zo had laten bouwen op het einde van de vijftiende eeuw. Het slot was omsloten door uitgestrekte vijvers en was alleen te bereiken via twee ophaalbruggen. De naam Hincaert zou voortkomen van de stamvader van dit geslacht, die hinkte. Vandaar hun latere familiespreuk: Stap recht, Hinckaert. Filips Hincaert (junior) zetelde herhaaldelijk als de burgemeester van Brussel.

Van 1511 tot 1577 was Steenokkerzeel eigendom van de familie van Lannoy. De bekendste vertegenwoordiger was Karel, graaf van Lannoy, veldheer en diplomaat, onderkoning van Napels, in dienst van keizer Karel.

Het goed  werd in 1577 verkocht aan Catharina van Brandenburg, weduwe van Jan van Coterau, baron van Geten en Asse. Zij was niet minder dan 43 jaar lang kasteelvrouw van Steenokkerzeel. De grote toegangspoort van het voorhof draagt het wapenschild en de wapenspreuk van haar familie die tot in 1698 de heerlijkheid in haar bezit had.

In het midden van de achttiende eeuw kwamen het kasteel en domein in handen van het geslacht van Groesbeek. Elisabeth-Catharina van Groesbeek heeft zich in de jaren 1758-1782 met het kasteel bemoeid en veranderingen aangebracht. Haar wapenschild siert het fronton boven de toegangspoort van het kasteel.

Ter Ham in de twintigste eeuw

De Habsburgers, de meest illustere familie uit de geschiedenis van onze gewesten, huurden het kasteel van de laatste privé-eigenaars van Steenokkerzeel, nl. de Franse markiezen de Croix. Jan de Croix was de laatste kasteelheer. Het kasteel werd verhuurd aan keizerin Zita en haar acht kinderen. Zita was de laatste keizerin van Oostenrijk en laatste koningin van Hongarije (de grootvader van haar echtgenoot keizer Karl, aartshertog Karl Ludwig, was de schoonbroer van Keizerin Sisi). De familie leefde in ballingschap sinds 1918. Keizerin Zita zocht een geschikte woning in de buurt van Leuven, waar haar zoon Otto studeerde. Ze zou er blijven wonen tot in 1940, toen ze vluchtten voor het bombardement door de Duitsers. Keizerin Zita overleed te Zizers op 14 maart 1989 en werd op 1 april 1989 onder massale belangstelling naar haar laatste rustplaats gebracht, de Habsburgse Kaisergruft te Wenen. Haar kleinzoon Lorenz von Österreich-Este kennen we als de echtgenoot van Prinses Astrid van Sachsen Coburg.

In 1943 liet het Duitse leger het reusachtige zadeldak en de kegelvormige daken op de torens samen met een deel van de bovenverdieping afbreken. In 1955 kocht de gemeente Steenokkerzeel het domein met de bedoeling er een park van te maken en het kasteel als gemeentehuis in te richten. Dat bleek financieel niet haalbaar.

In 1964 verwierf het toenmalige ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur het kasteel. Het werd gerestaureerd en ingericht als conferentieoord. In 1970 werd het kasteel plechtig in gebruik genomen. Het werd onder meer gebruikt voor belangrijke politieke onderhandelingen en was de plek waar de Regering Tindemans II het befaamde Egmontpact sloot in 1977. In de periode 1991–1992 werden in het kasteel ingrijpende vernieuwingswerkzaamheden uitgevoerd. De vergaderaccommodatie en –apparatuur werden op een kwalitatief hoog peil gebracht.

Een nieuwe toekomst

Het Kasteel Ter Ham werd minder en minder gebruikt en de Vlaamse overheid zocht jarenlang naar een goede oplossing voor het slot, opdat er weer leven in zou komen. De oplossing werd gevonden in de samenwerking met een externe partner: expertisecentrum ouderenzorg Optimum C. In 2014 gaf de Vlaamse Overheid het kasteel in erfpacht aan Optimum C. Dat organiseert er vormingen en expertenopleidingen voor alle functies binnen woonzorgcentra en andere voorzieners van ouderenzorg. De prachtige infrastructuur kan ook gehuurd worden door andere organisaties.

Bronnen:

Lauwers, Jos, ‘Geschiedenis van het Kasteel Ter Ham te Steenokkerzeel’ (1997), Uitgegeven door de Heemkundige Kring Ter Ham onder auspiciën van het Gemeentebestuur Steenokkerzeel.

Dierickx, Jean-Paul, 'Zita K+K+K', Uitgegeven door de Heemkundige Kring Ter Ham.